Een SBM-Therapeut kan voor de behandeling een keuze maken uit een veelvoud aan technieken en methodieken. Gaat het om diagnosticeren, dan is er een mogelijkheid om ruim 120 spierfunctietesten uit te voeren. Voor de curatieve behandeling wordt altijd een combinatie gemaakt van fysieke en praktisch neurologische behandelwijze, gekoppeld aan adviezen met betrekking tot voeding en beweging. Afhankelijk van de aard van de klacht en de ontwikkeling in de tijd wordt dus steeds een optimale therapie samengesteld. Omdat er veel aandacht is voor hoe het weefsel op de behandeling reageert, is het resultaat vaak snel zichtbaar.
Verbetering spierfunctie
De spierfunctie wordt individueel (per geïsoleerde spier) getest, behandeld en daarna opnieuw getest om te zien of en hoe snel de gezochte verbetering optreed. Bij het testen spant de patient de betreffende spier aan en geeft de therapeut tegenkracht. Zodra een spier honderd procent zijn kracht herwint, zal het voor de cliënt lijken alsof de therapeut geen tegenwicht geeft. Ook zal de inspanning geheel pijn- en krampvrij uitgevoerd kunnen worden.
Verhelpen compensatiepatroon
Wanneer een spierfunctie niet optimaal is, kan het zijn dat de patiënt bij de gevraagde inspanning een andere spierstructuur “voelt” aanspannen. Dit noemen we compensatie gedrag. Het gevoel wordt veroorzaakt door een andere spier die de zwakkere spier compenseert. Zodra de zwakke structuur verbetert, komt dit compensatie-gedrag niet meer voor, wat resulteert in een zuivere test.
Verminderen spierspanning
Door middel van de fysieke en praktisch neurologische behandeling zal de patiënt gelijk vermindering in de spierspanning ervaren. Stijve spieren voelen direct meer ontspannen, ‘zachter’ aan, maar andere hebben een paar dagen nodig om van de behandeling te herstellen en zullen pas na een paar dagen de positieve resultaten ondervinden. Dit verschilt per persoon en is ook per behandeling verschillend.
Losmaken verklevingen
Het lichaam heeft speciale lagen in de weefsels, genaamd fascia. Weke delen als spieren, pezen en banden worden hierdoor verbonden. Gewoonlijk glijden deze lagen moeiteloos over elkaar en zijn glad en flexibel. Door blessures kunnen verklevingen ontstaan, als gevolg van littekenvorming en dwarse verbindingen. De verklevingen leiden tot onbeweeglijk worden van de weken delen waardoor de functie ernstig belemmerd wordt.
Soms wordt ervoor gekozen om de verklevingen los te maken. Wanneer een verkleving geheel behandeld is, zal de structuur zacht aanvoelen en krijgt het zijn functie terug.
Let op, niet in alle gevallen gaat het om verklevingen. Soms “zet” een structuur zich vast in plaats van dat hij ook echt vast en verkleefd zit. In dat geval moet er gekeken worden naar de aansturing, als onderdeel van de praktisch neurologische behandeling.
Verbeteren aansturing
Omdat een vastzittende structuur niet altijd verkleefd is, wordt er ook gekeken naar de aansturing vanuit de hersenen. Is de spier überhaupt wel in staat om aan te spannen en geheel te ontspannen? Bij deze bewegingen spelen agonistische, antagonistische en synergistische spieren een rol. Soms moeten door de hersenen veel verschillende prikkels worden verstuurd om een bepaalde spier te laten ontspannen.


